De verhalenspin

Er leeft een spin in mijn hoofd. Zoals alle spinnen weeft mijn spin webben. Maar het zijn geen gewone webben: mijn spin weeft verhalenwebben. Draadje per draadje, zin per zin. Ideeën die door mijn hoofd waaien blijven kleven en vallen ten prooi aan de spin, die ze lustig in haar web verweeft. Sommige webben zijn heel klein, bestaan uit slechts enkele draadjes. Andere nemen meer plaats in, overwoekeren mijn gedachten. Opdat het niet al te stoffig zou worden in mijn hoofd, heb ik dus besloten om de spinnenwebben uit te schrijven in de vorm van verhalen. En aangezien mijn spin voldoende voedsel nodig heeft, zijn ideeën altijd welkom, wie weet blijven ze plakken en zie je ze terug in een van de verhalen die ik post.

zondag 9 april 2017

De eerste dag van de lente

Het was prachtig weer. Lang uitgestrekt was hij in het gras gaan liggen om te genieten van deze eerste zonnestralen van het jaar. De winter had naar zijn gevoel eeuwig geduurd. Hij had zich opgesloten gevoeld, steeds binnen moeten zitten, omdat het buiten te koud was. Maar nu had de zon zich eindelijk verwaardigd om tevoorschijn te komen en om zelfs wat warmte met zich mee te brengen. Ook de madeliefjes in het gras waren hier blij mee. Ze spreidden hun blaadjes om zoveel mogelijk van de zon te kunnen profiteren. De bomen lieten de wind door hun kapsel van nieuwe bladeren ritselen. Waar hun schaduw viel, kreunde het gras van ongenoegen en lieten de bloemen teleurgesteld hun kopjes hangen. Leo had echter een plekje uitgezocht in de zon en uit de wind. Hier kon hij wel een tijdje blijven liggen. Zich geheel ecologisch verantwoord even opladen met zonne-energie.

Toen hij die ochtend wakker werd, had hij het meteen geroken: de lente was in het land! Hij had de vogels hun lied horen fluiten, de roep van de pauw gehoord en nog voor hij door het raam naar buiten keek, had hij geweten dat hij er de zon in volle glorie zou zien. Hij had zijn eten meegenomen naar buiten om het daar op te eten en daarna had hij een rondje over zijn domein gewandeld. Even kijken of het de winter goed was doorgekomen. Hij inspecteerde de bomen en struiken en liep langs de hele omheining om te kijken of er geen gaten in waren ontstaan. Dit bleek niet het geval. Uiteindelijk had hij een lekker plekje in de zon uitgekozen en was hij daar languit neergestreken. Zo. Vandaag zou hij even helemaal niets doen. Hij sloot zijn ogen en liet de zonnestralen zijn huid masseren.

Rumoer haalde hem ruw uit zijn rustige roes. Hij tilde zijn hoofd op. Er liepen mensen langs de omheining. Gelukkig had hij tijdens zijn inspectieronde al gezien dat het onmogelijk voor hen zou zijn om binnen te dringen. Hij hoefde zich dus geen zorgen te maken. Hij vleide zijn hoofd weer neer en probeerde de mensen buiten te sluiten.
Het rumoer bleef echter aanhouden. Er kwamen steeds nieuwe mensen, sommigen bleven zelfs staan en wezen naar hem, hoe onbeleefd! De kinderen kon hij het nog wel vergeven, die wisten niet beter, maar de volwassenen zouden hen er op z’n minst op mogen wijzen! Maar nee, sommige volwassenen deden er zelfs gewoon aan mee, stel je voor! Een vrouw met lang bruin haar en een groene jurk aan stond op en neer te springen. Ze trok aan de mouw van een man met een blauwe trui, die haar lachend aankeek, en ging zo dicht tegen het hek staan dat het leek alsof ze er doorheen wilde vallen. De man sloeg zijn armen om haar heen en knuffelde haar, terwijl zij verrukt naar zijn domein bleef staren. Na een tijdje trok hij haar weg bij het hek, smoorde haar protesten met een kus op haar lippen en duwde haar de andere kant op. Ze keek nog een paar keer verlangend achterom, alsof ze nog steeds hoopte dat het hek op wonderbaarlijke wijze open zou splijten en haar toegang zou verschaffen tot zijn domein.

Leo zuchtte. Dat was het nadeel aan de lente. Mensen leken jaloers te zijn op zijn domein, ze vergaapten zich eraan. De meesten bleven gelukkig wat op afstand, maar sommigen waren echt te erg. Konden ze hem niet gewoon rustig van deze zonnige dag laten genieten? Hem die privacy gunnen? Blijkbaar niet.
Hij was de nieuwsgierige blikken even beu. Eerst moest hij maar wat te eten halen, daarna kon hij misschien een ander plekje in de zon vinden, wat verder weg van de omheining, waar hij geen last zou hebben van de starende blikken.
Hij strekte zijn vier poten uit, schudde met zijn manen en zwiepte zijn staart heen en weer. Statig en met opgeheven hoofd, zoals het de koning van het domein past, liep hij parmantig weg. Hij had maar geluk met zo’n prachtig domein, waar iedereen jaloers op was, bedacht hij. De starende blikken nam hij er dan graag bij.