“Die nieuwe van geschiedenis is echt raar.”
Ze stonden buiten op het schoolplein na hun eerste lessen van het nieuwe schooljaar. In tegenstelling tot vorig jaar zaten Maxim en Leander niet langer in dezelfde klas. Aangezien dit betekende dat ze geen gezamenlijk kattekwaad meer konden uithalen tijdens de lessen - wat er wellicht de reden van was dat de leraren besloten hadden hen uit elkaar te hadden en niet meer in dezelfde klasgroep in te delen - brachten ze elkaar nu tijdens de pauzes verslag uit. Plan A was geweest om gewoon tijdens de lessen contact te houden via de videochat van hun tablets, die ze op elkaar afgestemd hadden, maar ze hadden de voorbije twee uren ontdekt dat de school dit jaar blijkbaar eindelijk een manier gevonden had om dat te blokkeren.
“Wat is er zo raar aan hem?” vroeg Maxim, terwijl een gevleugelde memo langs zijn oor scheerde, wat hij negeerde.
“Je zou beter vragen wat er normaal aan hem is… Niet veel! Die man leeft gewoon in het verleden. Een echte vakidioot. Hij kan wel boeiend vertellen,” gaf Leander toe. “Maar hij wil geen elektronica in zijn lessen, kun je je dat voorstellen? Geen elektronica, alsof we in de prehistorie leven!”
“Geen elektronica?” echoode Maxim. “Hoe moet dat dan? Ik bedoel, je kunt toch geen notities nemen zonder je tablet?”
“Pen en papier, jongen!”
Maxim stompte hem tegen zijn schouder. “Ik was er bijna ingelopen!” grinnikte hij.
Leander wilde nog iets zeggen, maar op dat moment weerklonk de bel, die aangaf dat ze terug naar hun lokalen moesten.
“Het is geen grap, het is echt!” siste Leander nog net, voor hij door een van de vele schermen tot stilte werd gemaand. Aangezien hij geen zin had om al meteen de eerste dag als straf een virus op zijn tablet te krijgen dat hem een boel extra huiswerk zou bezorgen, deed hij er daarna het zwijgen toe. Maxim zou vanzelf wel merken dat hij gelijk had. Meteen verscheen Maxims uurrooster voor zijn netvlies, nadat hij zich onbewust had afgevraagd wanneer hij de eerste keer geschiedenis zou hebben. Dat bleek het volgende uur te zijn. Deze middagpauze zouden ze heel wat hebben om over te praten. Ze moesten echt een manier vinden om ook tijdens de lessen te kunnen communiceren, nu de videochat was geblokkeerd. Wellicht konden ze wel een andere manier vinden om hun tablets met elkaar te verbinden. De school kon niet alles blokkeren, aangezien de tablets onontbeerlijk waren voor de leerlingen. Zonder tablets kon er geen les worden gegeven. De mogelijkheden waren eindeloos, ze moesten gewoon even een paar opties uitproberen.
Intussen had Maxims hooverboard hem tot aan zijn lokaal gebracht. Hij keek om zich heen, maar hij had geen idee waar hij was. Zolang zijn hooverboard, dat automatisch met zijn uurrooster was verbonden, het maar wel wist. Die Leander toch… Maxim grinnikte nog even na. Welk vak had hij nu eigenlijk? In een oogwenk kreeg hij zijn uurrooster te zien. O, kijk, geschiedenis! Hij was eens benieuwd. Net als de andere leerlingen uit zijn klas werd hij het lokaal in gezoefd. De leraar was er nog niet, maar dat was niet wat hun aandacht trok. Houten banken stonden in lange rijen opgesteld. Vooraan was een groen magneetbord aan de muur bevestigd. Wat voor gekke lokaalopstelling was dit? Waar waren de schermen en de driedimensionele hologrammen? Stomverbaasd keken Maxims klasgenoten elkaar aan. Waren ze wel op de juiste plek? Hun hooverboards konden toch geen fout gemaakt hebben? Alhoewel, het was de eerste dag van het nieuwe schooljaar, misschien zat er een foutje in de nieuwe programmatie?
Op dat moment kwam een man van middelbare leeftijd binnengewandeld. Gewandeld. Zonder hooverboard. Hij droeg erg gekke kleren: een saaie, blauwe broek die zo te zien uit nogal stugge stof was gemaakt en een t-shirt met letters op geprint. Zijn haar was kort geknipt en lag netjes op zijn hoofd geschikt.
“Zo, ga allemaal rustig zitten,” zei hij.
“Bent u de nieuwe leraar?” flapte Marie, die nooit op haar mondje was gevallen, eruit.
“Jazeker.”
“Maar… Waar is uw hooverboard?”
“Dat leg ik straks allemaal uit, ga eerst maar zitten.”
“Waar?” vroeg Jonas.
“Op een van de stoelen natuurlijk!” riep de leraar enthousiast uit.
Weifelend keken de leerlingen elkaar aan. Die man was gek! Toch begonnen er een paar in de richting van de stoelen te hooveren. Er gebeurde niets. Onzeker bleven ze een paar centimeter boven de grond zweven terwijl ze vragend naar de leraar keken.
“Je moet zelf de stoel vastnemen en hem naar achteren trekken, jongens,” grinnikte hij, terwijl hij het voordeed. “Ongelofelijk dat ik jullie moet leren hoe je kunt gaan zitten.”
“Geef ons dan ook een normaal lokaal met normale stoelen die zelf weten wanneer er iemand aan komt,” mompelde Jonas, luid genoeg zodat de leraar het zeker zou horen, maar die negeerde het. Hij wachtte even tot het iedereen gelukt was om plaats te nemen, waarbij er nogal wat hooverboards onhandig tegen stoelpoten aan botsten.
“Zo. Ik ben jullie nieuwe geschiedenisleraar. Zoals jullie misschien al door hebben, gaat de stof dit jaar over de twintigste en eenentwintigste eeuw. Een erg boeiende periode waarin er veel gebeurd is en waarin men een enorme technologische revolutie heeft meegemaakt. Die reis gaan we dit jaar samen opnieuw maken. En om dat te doen, gaan we ons helemaal onderdompelen in de twintigste en de eenentwintigste eeuw. Dat wil zeggen dat ik ook les ga geven zoals het toen gebeurde: met een minimum aan technologie.”
Het geroezemoes was tijdens deze toespraak steeds luider gaan klinken, tot de leraar er nu niet meer bovenuit kwam.
“Geen technologie?” riep Marie. “Dat kan toch niet!”
“Dat kan zeker wel.”
“Maar hoe moeten we dan notities nemen?”
“Met pen en papier,” zei Maarten, die intussen begreep dat Leander geen grapje had gemaakt. Die leraar was echt knettergek.
“Jij snapt het,” de leraar glimlachte breed naar Maarten. “Dat is ook de reden waarom ik geen hooverboard heb: die hadden ze nog niet in de twintigste eeuw. In de eenentwintigste eeuw werd daar een begin mee gemaakt, maar dan als speelgoed, niet als standaard schoeisel slash vervoermiddel, dat kwam pas later: aan het begin van de tweeëntwintigste eeuw.
De leraar grinnikte opnieuw toen hij zag dat iedereen hem met open mond zat aan te staren. “Dit moet een hele schok voor jullie zijn, daarom beginnen we vandaag met een rustige, inleidende les,” zei hij, terwijl hij een lade van zijn bureau opentrok. Een paar meisjes slaakten een kreetje: “Het gaat open!”
“Dit, dames en heren, is een lade. Het is onderdeel van een bureau en werd gebruikt om dingen in op te bergen, zoals pen en papier,” legde hij uit, terwijl hij met een zwierige beweging inderdaad pennen en papieren uithaalde, die hij begon uit te delen. “Hierop gaan jullie notities nemen. Geen paniek, deze eerste les is slechts een inleiding en nog niet heel belangrijk, maar dan kunnen jullie er alvast even aan wennen om zonder technologie notities te nemen, net zoals leerlingen in de twintigste en eenentwintigste eeuw moesten doen. Nu, in de eenentwintigste eeuw mochten leerlingen vaak ook al notities nemen op hun laptop, die ze dan van thuis meebrachten naar school, maar helaas was het in dit hele stopcontact niet mogelijk om een stopcontact te vinden, dus kon ik ook geen laptops aan de praat krijgen, want die hebben nog ouderwets elektriciteit nodig om hun ding te kunnen doen.” Aan de niet-begrijpende gezichten van zijn leerlingen, zag hij dat hij dat wat beter zou moeten uitleggen: “Elektriciteit kwam toen uit draden uit de muur, waar je het toestel op aan moest sluiten door een kabel, die in het stopcontact werd gestoken. Uiteraard is er in dit hele gebouw geen stopcontact meer te vinden, dus helaas voor jullie was het niet mogelijk om jullie ook notities te laten nemen op een laptop. Jullie moeten het dus met pen en papier doen.”
“Maar meneer, en onze…”
“Verboden!” riep de leerkracht, voor Jonas zijn zin had kunnen afmaken. “Alle hedendaagse technologie is in dit lokaal verboden. Enkel omdat het de eerste les is, mochten julllie je hooverboards aanhouden. Voor de volgende les wil ik dat jullie die op de gang laten staan.”
Intussen had iedereen een balpen en een paar bladen papier gekregen.
“Goed, schrijf op: ‘Inleiding tot de twintigste en eenentwintigste eeuw’”, zei hij, terwijl hij zelf de titel van de les met krijt op het bord schreef. Toen hij zich weer omdraaide naar de klas, zag hij dat de helft van de leerlingen niet aan het schrijven was, maar hem verbijsterd aanstaarde. Knipogend wees hij naar het papier op hun tafels: “Schrijven, je weet wel, met balpen letters op papier tekenen om woorden en zinnen te vormen.”
Intussen was Maarten al begonnen, maar hij worstelde nogal: schrijven met een balpen op papier deed hij bijna nooit, terwijl het wel een handeling was die wat oefening vergde om het goed te kunnen. Met puntje van zijn tong uit zijn mond, tekende hij de letters op het papier. Af en toe spiekte hij even naar wat de leraar op het bord had gezet, als hij twijfelde hoe een bepaalde letter nu weer gevormd moest worden.
Dit zou vast een boeiend jaar worden. Die man was duidelijk gepassioneerd door zijn vak. Ze zouden helemaal ondergedompeld worden in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Maarten wilde wedden dat hij er heel wat van op zou steken, veel meer dan van zijn andere vakken. Wiskunde was daarnet extreem saai geweest, net als Engels, het uur erna. Maar deze leraar, die stak moeite in zijn lessen, dat merkte je. Hij wenste dat hij zijn enthousiasme kon delen met Leander. Ze moesten echt een manier vinden om de schoolblokkades te omzeilen. Al zou hem dat in deze les niet helpen, aangezien alle technologie verboden was. Misschien konden ze wel boodschappen op papier voor elkaar achterlaten, bedacht hij enthousiast!
Intussen was iedereen zo ongeveer klaar met schrijven. “Goed,” sprak de leraar, met het krijtje nog steeds in zijn rechterhand “wie kan mij een paar belangrijke gebeurtenissen of feiten uit de twintigste of eenentwintigste eeuw vertellen?”
Meteen begon iedereen door elkaar te praten. Met de nagels van zijn linkerhand schraapte de leraar over het bord, wat een weerzinwekkend schel geluid teweegbracht. De leerlingen brachten hun handen naar hun oren. Meteen werd het stil.
“Niet allemaal tegelijk. Ik weet dat jullie systemen daar in andere lessen voor zorgen, maar hier doen we het anders, net zoals…”
“...in de twintigste en eenentwintigste eeuw,” bauwde Jonas hem na.
“Inderdaad, jij snapt het,” grijnsde de leerkracht. “Dat wil dus zeggen dat je niet zomaar het antwoord op een vraag begint door het lokaal te roepen, maar dat je je hand opsteekt. Pas als ik je aanduid, mag je antwoorden.”
“Hoe ouderwets is dat!” riep Marie verontwaardigd uit.
“En jij snapt het ook,” kwam het antwoord meteen. “Dat is het hele punt.” Marie keek beteuterd, maar de leraar negeerde haar.
Maarten grijnsde inwendig. Die man wist hoe hij de leerlingen moest aanpakken.
“Poging twee: wie kan me een paar belangrijke feiten opnoemen uit de eeuwen die ons hier vandaag interesseren?”
Maarten stak zijn hand op, hij vond dit wel een leuk spelletje.
“De twee Wereldoorlogen.”
“Die waren behoorlijk belangrijk, ja.” Hij schreef het op het bord en draaide zich naar de klas. “Wat nog?”
“De verdragen van Nanjing.”
“Klopt, dat was naar het einde van de eenentwintigste eeuw toe.” Opnieuw schreef de leraar het op het bord.
“De uitvinding van de auto?”
“Dat was eigenlijk de negentiende eeuw, maar in de twintigste eeuw zou dit vervoersmiddel pas echt doorbreken. Uiteraard is de auto nu overbodig geworden, maar in de twintigste en eenentwintigste eeuw speelde hij een enorm belangrijke rol in het alledaagse leven van de mensen die toen leefden.”
“Terrorisme, 9/11 en zo!”
De leraar knikte naar Jonas. “Inderdaad, dat speelde toen heel erg. Gelukkig leven we nu in betere tijden, in dat opzicht toch. Nog dingen? Misschien enkele belangrijke personen?”
“Hitler!”
“Wachten tot ik je aanduid, Lisa. Maar je hebt wel gelijk. Zonder Hitler was er misschien geen Tweede Wereldoorlog geweest. Wie nog?”
“Verbiest.”
“Klopt. Hij zou een immens belangrijke rol spelen in de tweede helft van de eenentwintigste eeuw. Zijn landinmengingen leidden uiteindelijk tot de demolitie van de staatsgrenzen, met het ontstaan van de Wereldpartij tot gevolg. En we weten allemaal wat die veroorzaakt heeft.”
De leerlingen knikten.
“Ok, ik zie dat het bijna tijd is. Heeft iedereen notities kunnen nemen? Denk eraan, vanaf volgende les beginnen we er echt aan: hooverboards blijven op de gang en jullie nemen zelf notities van wat ik zeg. Vergeet dus zeker niet om ook pen en papier mee te nemen.”
Sommige leerlingen keken opstandig. Normaal gezien namen hun tablets de notities voor hen, zij hoefden er niets voor te doen. Dit was ook een heel andere soort les dan ze gewend waren. Normaal werkten ze vrij individueel en gaf de leraar hun gewoon wat tips mee. Hun tablets deden de rest. Nu moesten ze in groep luisteren naar wat de leraar te vertellen had en zelfs notities nemen. Met pen en papier dan nog!
Maarten vond het geweldig. Dit was eens wat anders! Het zou echt een heel boeiend jaar worden. Hij kon niet wachten om Leander straks te zien en hem te vertellen over zijn idee om contact te houden met pen en papier. Geen enkele leerkracht zou daaraan denken!