Giechelend vielen vier meisjes de nog bijna lege treinwagon binnen. Een vrouw die zat te lezen keek even op van haar boek en glimlachte om al dat jong geweld. Een man in een pak gluurde
verstoord naar de vier meiden, die intussen een plekje gevonden hadden aan het andere einde van de wagon. Hij stak demonstratief zijn oortjes in, maar de vier merkten dat zelfs niet, ze letten enkel op zichzelf, hun omgeving
was slechts decor.
“Zag je hoe hij keek?”
“Ja! Echt gewoon te gek!”
“Die reactie was fantastisch, beter dan ik had verwacht! Goed gedaan van je Marieke!” voegde Sandra eraan toe. Zij was de grootste van de vier: ze stak een halve kop boven de
anderen uit, maar misschien kwam dat ook omdat zij als enige op hakken liep, wat haar een volwassen uitstraling moest geven. Ze had zich ook opgemaakt, maar het was te zwaar voor iemand van ongeveer vijftien. Ook Marieke,
het blonde meisje, leek zich niet echt verzoend te hebben met haar in hun ogen nog te jonge leeftijd. Ze had haar haar in een losse paardenstaart gedaan en droeg een jeansbroek met daarboven een topje dat net niet te veel
liet zien. Enkel Anouk, de brunette, zag er niet uit als een misplaatste en bij voorbaat mislukte imitatie van een twintiger. Ze was niet zo extreem mager als de twee anderen en droeg een vormeloze jurk, wellicht in een poging
haar gezondere lijn te verbergen. Het laatste meisje, Joke, was nogal onopvallend gekleed. Ze had een jeansbroek en een doodgewone, rode trui aan. Zij bewoog zich elegant, maar ook weer niet zo dat ze alle ogen naar zich toe
trok. Een heel gewoon tienermeisje.
“Daar zijn we mooi van verlost. Hij zal voortaan wel twee keer nadenken eer hij onschuldige meisjes lastigvalt!”
Geërgerd stak de man de oortjes nog wat dieper in zijn orgen. Konden die vier het volume niet wat naar beneden draaien? Daarom draaide hij het volume van zijn muziek dan maar wat omhoog,
waarna hij zich opnieuw op zijn werk probeerde te concentreren.
“Hé, wat is dat?” vroeg Marieke plots, terwijl ze een schoen van onder de stoel tegenover haar uithaalde.
“Een schoen, duh!” lachte Anouk.
“Ja, dat zie ik ook wel, maar wie laat er nu een schoen achter op de trein?”
“Ligt er geen tweede?”
Alle vier bukten ze zich om onder de stoelen te kijken.
“Nee, die schoen is alleen. Eenzaam en in de steek gelaten!” riep Marieke dramatisch uit. Alle drie schoten ze in de lach.
“Arme schoen, waarom zou hij achtergelaten zijn?” vroeg Sandra. “En wat is er met zijn broertje gebeurd?” Broertje, niet zusje, want het was een mannenschoen: een
beige sneakers met witte veters, redelijk nieuw, want nog nauwelijks grauw geworden.
“Misschien is hij uit iemands bagage gevallen?” opperde Marieke. “Dan komt de eigenaar straks op zijn bestemming aan en zit er maar één schoen meer in zijn
valies.”
“De schoen ligt niet heel ver van de deur, misschien is iemand hem verloren terwijl hij uitstapte? De veters zaten los, hij schoot uit zijn schoen, die van zijn voet viel, maar de
deuren zouden bijna weer dicht gaan, dus hij moest wel naar buiten springen, zonder schoen?” Dat is Anouks versie.
“Of het was iemand met maar één been. En die deed zijn schoen uit omdat... omdat...”
“Omdat hij zijn voeten comfortabel op de bank wilde leggen,” vulde Sandra aan.
“Zijn voet bedoel je, enkelvoud.” Opnieuw brak er hilariteit uit, waardoor de man in de verste hoek van de wagon zijn oortjes nog wat dieper in zijn oren probeerde te duwen
terwijl hij hen vuile blikken toewierp.
“Jullie denken te simplistisch,” zei Joke plots. “Die schoen heeft vast een heel avontuur meegemaakt. Luister.”
De andere drie gingen er goed bij zitten. Marieke schoof haar schoenen van haar voeten, zonder eerst haar veters los te knopen, zodat ze haar benen onder zich kon vouwen en toch geen ruzie
zou krijgen met de conducteur.
“Zorg maar dat je die straks niet vergeet,” lachte Sandra.
“Dames en heren,” kondigde Joke aan. “Ahum, dames, bedoel ik,” verbeterde ze zichzelf na een blik te hebben geworpen op de enige man in de wagon die demonstratief
niét aan het luisteren was en naar zijn scherm staarde.
“Het verhaal van de eenzame schoen!”
Marieke, Sandra en Anouk barstten in lachen uit omwille van het theatrale gebaar waarmee Joke haar woorden vergezeld liet gaan. Het klonk als een aankondiging in een circus!
“Er was eens... Zo beginnen alle goeie verhalen, nietwaar? Goed, er was dus eens...”
“Een schoen!” riep Anouk uit.
Even was er grote hilariteit, maar toen maanden de Marieke en Sandra Anouk tot zwijgen. Ze wilden horen wat Joke nu weer had verzonnen.
“Er was eens,” begon deze laatste onverstoorbaar opnieuw, “een tovenaar. Natuurlijk mocht niemand weten dat hij kon toveren. Stel je eens voor wat ze met hem zouden doen
als ze het wisten. Hij zou opgesloten worden in een psychiatrisch ziekenhuis als ze hem niet geloofden of, en dat zou nog erger zijn, als ze hem wel geloofden, zouden ze hem ook opsluiten om allemaal tests op hem te kunnen
uitvoeren om te ontleden waar zijn toverkracht vandaan komt en of ze die zouden kunnen aftappen zodat anderen ook zouden kunnen toveren.
Nochtans is kunnen toveren niet altijd een pretje. Zeker niet als niemand mag weten dat je kunt toveren. Hij moest bijvoorbeeld opletten dat hij nooit de hik zou krijgen in het openbaar,
want dan kwamen er bij elke hik luchtbellen uit zijn mond. Of als hij te veel gegeten had en hij moest een boertje laten, dan kwam er niet alleen lucht uit zijn mond, maar vaak ook bloemen of andere onzinnigheden. Heel vervelend!
Ja, lach maar,” zei Joke toen de drie andere meiden begonnen te gniffelen. “Beeld je eens in dat je tegenover iemand zit en dat die een boertje laat en een tel later een rode
roos in zijn handen houdt. Wat moet hij doen, je die aanbieden?”
Nu schoten ze pas echt in de lach.
“Niet dus. Jonas, want zo heette de tovenaar, probeerde zijn toverkrachten zoveel mogelijk te verbergen. Daarom at hij nooit in het openbaar, stel je voor dat hij moest boeren of
de hik zou krijgen!
Nu, Jonas kon ook teleporteren en dat was natuurlijk wel handig. Hij kon ‘s ochtends langer in zijn bed blijven liggen voor hij naar zijn werk moest, want hij hoefde niet met de auto
in de file te gaan staan of de trein te nemen, met alle bijbehorende vertragingen.”
“Waarom moest hij werken als hij kon toveren? Had hij een gewone job of een speciale tovenaarsbaan?” onderbrak Marie Jokes verhaal.
“Hij moest gewoon gaan werken, net zoals iedereen. Geld kun je niet toveren en als het wel kon, dan was het verdacht geweest en had hij vast al heel snel de belastingsinspectie op
zijn dak gekregen.”
“Die had hij toch kunnen omkopen?” merkte Sandra op.
“Dat was een te groot risico. Niemand mocht het weten, weet je nog? In elk geval... Hij kon dus ‘s ochtends langer uitslapen omdat hij gewoon naar het werk teleporteerde. Het
enige probleem was dat zijn collega’s zich na een tijdje vragen begonnen te stellen over hoe hij telkens uit de toiletten kon komen zonder dat iemand hem had zien binnengaan. Sterker nog, zonder dat iemand hem voordien
op de gang of op de parking was tegengekomen! En wie ging er nu met zijn aktentas mee naar het toilet? Die zet je normaal toch eerst af aan je bureau, terwijl je ook alvast je computer opstart?
Goed, naar het werk teleporteren werd dus te gevaarlijk en daarom besloot Jonas dan maar om de trein te beginnen nemen naar het werk. Maar hij wilde niet zo vroeg moeten opstaan, dus teleporteerde
hij elke ochtend naar het toilet in de trein, vlak voor die zou aankomen in het station. Dat was een beetje lastig, aangezien dat wilde zeggen dat hij moest teleporteren naar een bewegende locatie. En als hij het verkeerd
zou doen, zou hij misschien midden op de sporen belanden. Of als hij er maar een metertje naast zat, dan zou hij terecht komen boven op de schoot van een andere passagier!”
Opnieuw gierden de drie luisterende meiden het uit van het lachen.
“Stel je voor dat er plots een knappe bink uit het niets op je schoot zat! Daar zou ik geen bezwaar tegen hebben!” merkte Anouk bijdehand op.
Joke ging echter onverstoorbaar door met haar verhaal: “Nu, hij moest dus zorgen dat hij goed wakker was voor hij teleporteerde, anders kon het wel eens verkeerd gaan. Dat ging een
tijdje goed, maar op een dag was hij wat aan de late kant. Hij had een ontbijtmeeting die ochtend met de grote baas en hij moest dus een halfuur vroeger dan gewoonlijk op zijn werk zijn, omdat die vergadering zo vroeg begon.
Dus hij had zijn wekker wat vroeger gezet, want hij kende geen toverspreuk om op een bepaald uur wakker te worden. Die had hij beter wel gekend, want hij sliep door zijn wekker heen. Hij werd wakker even voor het gewone uur,
wat wilde zeggen dat hij nog exact een kwartier de tijd had om op zijn werk te geraken in plaats van het gewone halfuur. Gelukkig hoefde hij niet te ontbijten, aangezien er daar ontbijt voorzien zou zijn. Hij toverde snel
zijn kleren naar zich toe en toen teleporteerde hij naar de trein. Hij kwam net naar buiten uit het toilet, dat er die dag zelfs voor een toilet op de trein extreem vuil had uitgezien: er hing zelfs stront aan de muren!”
“Eèèèèh bah!”
“Dus daar wilde hij zo snel mogelijk weg. Hij stapte de drukke wagon in, maar hij had zijn veters nog niet dichtgeknoopt omdat hij zo gehaast was. Zijn schoenen zaten dus wat los
aan zijn voeten, waardoor hij goed moest opletten dat hij ze niet per ongeluk aftrapte. En toen merkte hij dat hij op de verkeerde trein zat! In zijn haast had hij er niet aan gedacht dat het treinschema op dit vroegere uur
anders was dan op zijn gewone uur. Wat moest hij nu? Het was al een hele tijd geleden dat hij nog eens rechtstreeks naar het werk geteleporteerd had en nood brak wet, vond hij. Als hij het niet deed, zou hij echt te laat komen.
Teruggaan naar dat toilet wilde hij niet, dat was echt te vies. Dus zocht hij een rustig plekje, wat nog niet meeviel in die drukte. Toen hij dacht dat niemand keek, hurkte hij neer tussen twee zetels. Als iemand hem zag verdwijnen,
zou die zijn ogen vast toch niet geloven. En evenmin zou iemand anders het geloven als die persoon het vertelde. Dit waren mensen die hij wellicht nooit meer zou zien. Dus nam hij het risico en teleporteerde hij vanuit zijn
gehurkte positie tussen twee zetels in naar zijn werk. Helaas trapte er net op dat moment een van de andere passagiers, die hem dus inderdaad niet had zien zitten, op zijn schoen, waardoor die bleef staan, terwijl de voet
er wel uit floepte, mee met Jonas naar zijn werk. Jonas kwam dus op tijd aan, maar met maar één schoen. En de passagier die zich wilde verontschuldigen bij de persoon op wiens voet hij had gestaan, kwam tot de
ontdekking dat hij enkel op een schoen had getrapt, waar geen eigenaar meer in zat. Eigenaardig, wie verliest er nu een enkele schoen op de trein? Schouderophalend had hij de schoen laten liggen, wie weet kwam iemand hem nog
zoeken.”
“Hoe legde Jonas aan zijn baas uit dat hij maar één schoen aanhad?” vroeg Sandra.
“Tja... Dat was nog een probleem... Toen hij op zijn werk aankwam en merkte dat hij maar één schoen aanhad, panikeerde hij natuurlijk heel even. Maar toen besloot hij
om de andere schoen ook maar uit te doen en vlug naar de vergaderzaal te gaan. Met een beetje geluk was hij er nog als eerste en kon hij gaan zitten en zijn voeten onder tafel steken voor iemand kon zien dat hij op zijn kousen
rondliep.”
Intussen was de trein op hun bestemming aangekomen, enkele stations verderop. Marieke deed vlug haar schoenen weer aan en de vier meiden stapten giechelend uit de trein, nog volop aan het
discussiëren over de tovenaar die met één schoen aan op zijn werk was verschenen.
De vrouw zat nog steeds met haar boek in haar handen. Voor het eerst sinds de tieners waren ingestapt, sloeg ze weer een pagina om. De man in het pak haalde opgelucht zijn oortjes uit:
eindelijk weer rust! En de schoen, die bleef eenzaam achter op de plek waar de meisjes hadden gezeten.