Pieter-Jan zuchtte terwijl hij in zijn auto stapte. Het
was al laat, later dan hij voorzien had. Hij kon best even bellen om te zeggen
dat zijn vrienden alvast konden vertrekken en dat hij zich dan later bij hen
zou aansluiten. De telefoon rinkelde een hele tijd voor hij werd opgenomen.
“Pieter-Jan! Waar zit je?” bulderde de stem van Casper in
zijn oor. “Ik vond mijn telefoon bijna niet in de lakens van mijn spokenpak!”
Casper was een joviale, goedlachse kerel, maar op dit moment bezorgde zijn
luide stem Pieter-Jan hoofdpijn.
“Luister, ik zal wat later zijn.”
“Ah, nee toch, wat moeten we zonder ons derde musketierspook?”
“Ja, ik weet het, maar een of andere idioot snapte niet waarom
we de geboortedatum op zijn identiteitskaart namen en niet de geboortedatum die
hij uit zijn duim zoog. Maar dat is mijn
eerste geboortedatum, het moet mijn twééde geboortedatum zijn,” zei hij in
een zeurderige stem, in imitatie van de klant. Dus moest ik hem een halfuur
lang proberen uit te leggen dat je maar één keer geboren kunt worden. Dat leek
die oen maar niet te snappen en toen was het al lang na sluitingstijd en nu ben
ik dus te laat. Maar goed, gaan jullie maar vast. Ik eet nog even iets, kleed
me om en dan vind ik jullie daar wel.”
“Wat een verhaal! We zien je inderdaad daar dan wel. Hoe
moeilijk kan het ook zijn om twee spoken te vinden op een halloweenfeestje?”
lachte Casper, voor hij inhaakte. De echo van zijn bulderlach bleef nog een
hele tijd in Pieter-Jans hoofd hangen. Eigenlijk had hij niet zoveel zin om te
gaan. Het was een zware dag geweest op het werk met schijnbaar dubbel zoveel
lastige klanten als anders. Hij had meer zin om rustig thuis te blijven en een
horrorfilm op te zetten. Op Halloween draaiden ze er genoeg op de tv. Maar hij
had beloofd om samen met Casper en Esther uit te gaan. De drie musketierspoken,
oftewel drie mensen die een wit kleed over hun hoofd gooiden en met houten stokken
die sabels moesten voorstellen zouden zwaaien.
Een douche en twee boterhammen met salami later ging hij
op zoek naar zijn witte laken. Aangezien het een oud laken was, dat al wat grauw was geworden, had hij het gisteren nog vlug in de was gegooid. Nu haalde hij het uit de droogkast. Helaas merkte hij dat het vast niet zo slim was geweest om eerst de gaten voor de ogen erin te knippen en het pasdaarna te wassen, want die twee kleine, ronde gaatjes waren één groot, onregelmatig gevormd gat geworden. Hij vloekte. Dit was geen spokenkostuum meer, dit was een gerafelde doek. Niemand zou er ook maar in de verste verte een spook in zien. Wat nu? Dan toch maar zijn zware, zwarte mantel om en als vampier gaan? Het zou wel moeten, want hij had geen ander laken dat in aanmerking kwam om gepromoveerd te worden tot spokenhuid en zich niet verkleden om naar een halloweenfeestje te gaan was flauw. Hij had ook nog wel ergens een oude wandelstok van zijn
grootvader liggen, met zo’n bolvormige kop, die zou zijn nieuwe kostuum vast
goed aanvullen. Casper en Esther zouden de twee spokenmusketiers moeten zijn en dan zou hij wel de vampiermusketier zijn. Met zo'n wandelstok kon je trouwens ook goed in het rond zwaaien, testte hij even uit.
Even kijken, waar had hij dat adres ook alweer gelaten? Hij rommelde even tussen alle papieren die op de tafel in de woonkamer lagen, maar besloot toen dat hij het zich zo ook wel kon herinneren. Hij wist nog dat het in de Langestraat was, alleen het huisnummer wist hij niet meer zeker, maar een halloweenfeestje zou vast opvallen: hij hoefde enkel de verklede mensen te volgen.
Inderdaad bleek het niet zo moeilijk te zijn toen hij de straat eenmaal was ingereden. Voor een grote villa stonden een heel aantal auto's geparkeerd, waar heksen en weerwolven uitstapten. En zo te zien was hij bijlange na niet de enige vampier. Hij parkeerde zijn kleine autootje helemaal achteraan de oprit, waar nog een plekje vrij was. Toen hij al halverwege de oprit op weg naar het huis was, besefte hij dat hij zijn wandelstok was vergeten, dus haastte hij zich terug. Die ene minuut langer konden Casper en Esther nog wel wachten.
Eenmaal binnen keek hij zo goed en zo kwaad als het ging over de hoofden heen, op zoek naar twee witte verschijningen die zijn vrienden moesten voorstellen. Hij zag hen nergens. Hen kennende, hadden ze zich vast ergens verstopt om tevoorschijn te springen en luid "Boe!" te roepen als hij langs hen liep. Dus zuchtte hij eens diep en drong hij zich dieper het feestgewoel in.
"Glaasje kinderbloed?" kakelde een heks. "Je bent toch een vampier he?"
"Eh... Ja... Ja, ik ben een vampier," antwoordde hij, wijzend naar zijn kostuum.
"Hier." Ze duwde hem een glas in handen met daarin een rode drank die vast wijn was.
Om de heks, die hem om een of andere reden wat wantrouwig opnam, tevreden te stellen, nam hij een slokje. Meteen daarna spuugde hij het echter terug uit. Dat smaakte echt naar bloed!
"Verkeerde bloedgroep," sputterde hij, terwijl hij het glas teruggaf aan de heks en zich uit de voeten maakte. Zo realistisch hoefde het voor hem nu ook weer niet.
Nadat hij zich tussen een groepje weerwolven door had gewrongen, stond hij midden in de kamer. Zoekend keek hij om zich heen. Waar waren ze? Kon het echt zo moeilijk zijn om twee mensen in witte lakens te spotten? Blijkbaar wel in deze bonte bende... Sommige kostuums waren trouwens erg realistisch. Daar was vast veel tijd in gekropen! Bewonderend keek hij naar de tanden van een mede-vampier. Je kon eigenlijk echt niet zien dat het valse waren. De man zag hem kijken. "Mooi hé," glunderde hij ijdel. "Ik heb ze speciaal voor dit feestje laten bijslijpen. En ik was er zo tevreden over, dat ik de tandarts die het gedaan heeft maar niet heb gebeten."
"O, eh, goed van je," antwoordde Pieter-Jan ietwat ongemakkelijk. "Heb je toevallig geen twee spoken gezien?" vroeg hij hem toen.
"Spoken? Die zijn toch onzichtbaar!"
Pieter-Jan zuchtte. "Ik bedoel twee mensen, verkleed als spoken."
"Grapjas! Nu had je me bijna te pakken!" lachte hij, en na Pieter-Jan nog een klap op zijn schouder te hebben gegeven, verdween hij in de massa. Daar moest hij dus duidelijk geen hulp van verwachten. Wat een rare kwibus.
"Wil je een vingerkootje?" bood een heks hem een plateau met hapjes aan.
De "wijn" nog vers in zijn gedachten , sloeg Pieter-Jan het aanbod maar beleefd af. Alle eetlust verging hem trouwens als hij naar het dienblad keek: de koks waren zelfs realistisch genoeg geweest om geronnen bloed na te maken met kleurstof! Hij rilde. Het zou wel allemaal bij Halloween horen, maar dit feestje ging daar behoorlijk ver in. Als hij Casper en Esther gevonden had, zou hij toch voorstellen om ergens anders heen te gaan, waar ze iets behoorlijks konden eten en drinken. Maar dan moest hij hen eerst vinden. Hij kon natuurlijk proberen om hen te bellen, maar in al dit lawaai zouden ze hun telefoon toch nooit horen. En bovendien had hij die blijkbaar in de auto laten liggen, merkte hij, toen hij automatisch zijn hand naar zijn broekzak onder zijn vampierencape had laten gaan.
Nog steeds speurde hij de ruimte af, toen er plots iemand op het podium achteraan in de zaal klom.
"Welkom, lieve vrienden," klonk het door de micro kunstmatig versterkte stemgeluid. "Vanavond vieren we feest, want vanavond is de enige avond van het jaar waarop we ons niet hoeven te verbergen en we ons gewoon onder de mensen kunnen mengen. Vanavond kijkt niemand raar op als er vampiers of heksen of weerwolven in het straatbeeld te zien zijn. Toch wel attent van hen om het ons deze ene avond per jaar zo gemakkelijk te maken!" Algemeen gegrinnik volgde. "Vergeet niet om jullie stem voor 'Monster van het Jaar' in te dienen. Over een uur maken we bekend wie er zich dit jaar volgens jullie het meest verdienstelijk heeft gemaakt op vlak van kinderen angst aanjagen, mensen om zeep helpen of algemeen gruwelijkheden begaan. Het belooft opnieuw een spannende verkiezing te worden!"
Wat zei die man toch allemaal? Pieter-Jan snapte er niets van. Toen dacht hij terug aan de wijn, die zo verdacht veel naar echt bloed smaakte, naar de levensechte vingerkootjes, naar de scherpe tanden van de vampier, van wie je niet kon zien dat ze vals waren,... Bedoelde hij... Dat kon toch niet?!
In elk geval zag het er niet naar uit dat Casper en Esther hier waren. Misschien moest hij toch maar even terug naar zijn auto en hen opbellen om te vragen of hij echt wel op het juiste adres was. Want het begon er meer en meer naar uit te zien dat hij op een feestje was beland waar hij eigenlijk niet thuishoorde.
Terwijl een menigte zich om de stembus verdrong, liep Pieter-Jan zo onopvallend mogelijk richting de uitgang. Hij wilde zo weinig mogelijk de aandacht trekken.
"He, jij daar!" Het was de heks met de kakelstem van aan de ingang, die hem het glas wijn had aangeboden. "Ik heb andere bloedgroepen gehaald, wil je een glas AB positief?"
"Eh, nee, bedankt, ik moet even..." Hij zocht naar een goed excuus.
"O, ik snap het al, als de nood hoog is, dan is ze hoog," kakelde de heks. "Ik zie je straks wel, ik zal er eentje voor je opzij houden!"
"Ja, ehm, bedankt!" Zwetend liep Pieter-Jan naar de uitgang. Hij rende bijna naar zijn auto en deed de deuren van binnenuit op slot. Even op adem komen. Zijn telefoon lag op de passagiersstoel. Een nieuw bericht knipperde hem toe. Hij klikte het open. Het was Casper, die hem nog even het correcte adres had doorgestuurd: Langestraat 526. Vanuit zijn auto kon Pieter-Jan nog net het huisnummer zien dat op het huis stond: 108. Hij was dus toch op het verkeerde feestje. Vlug startte hij zijn auto en reed hij achterwaarts van de oprit. Casper en Esther zouden hem nooit geloven als hij hen dit vertelde! Hij was op een halloweenfeestje geweest met echte heksen en vampiers! Nu hij het huis achter zich had gelaten, kon hij er best mee lachen. Die mensen hadden Halloween wel erg op de spits gedreven. Tenminste, dat nam hij aan. Want de andere optie... Dat kon toch niet?
Even kijken, waar had hij dat adres ook alweer gelaten? Hij rommelde even tussen alle papieren die op de tafel in de woonkamer lagen, maar besloot toen dat hij het zich zo ook wel kon herinneren. Hij wist nog dat het in de Langestraat was, alleen het huisnummer wist hij niet meer zeker, maar een halloweenfeestje zou vast opvallen: hij hoefde enkel de verklede mensen te volgen.
Inderdaad bleek het niet zo moeilijk te zijn toen hij de straat eenmaal was ingereden. Voor een grote villa stonden een heel aantal auto's geparkeerd, waar heksen en weerwolven uitstapten. En zo te zien was hij bijlange na niet de enige vampier. Hij parkeerde zijn kleine autootje helemaal achteraan de oprit, waar nog een plekje vrij was. Toen hij al halverwege de oprit op weg naar het huis was, besefte hij dat hij zijn wandelstok was vergeten, dus haastte hij zich terug. Die ene minuut langer konden Casper en Esther nog wel wachten.
Eenmaal binnen keek hij zo goed en zo kwaad als het ging over de hoofden heen, op zoek naar twee witte verschijningen die zijn vrienden moesten voorstellen. Hij zag hen nergens. Hen kennende, hadden ze zich vast ergens verstopt om tevoorschijn te springen en luid "Boe!" te roepen als hij langs hen liep. Dus zuchtte hij eens diep en drong hij zich dieper het feestgewoel in.
"Glaasje kinderbloed?" kakelde een heks. "Je bent toch een vampier he?"
"Eh... Ja... Ja, ik ben een vampier," antwoordde hij, wijzend naar zijn kostuum.
"Hier." Ze duwde hem een glas in handen met daarin een rode drank die vast wijn was.
Om de heks, die hem om een of andere reden wat wantrouwig opnam, tevreden te stellen, nam hij een slokje. Meteen daarna spuugde hij het echter terug uit. Dat smaakte echt naar bloed!
"Verkeerde bloedgroep," sputterde hij, terwijl hij het glas teruggaf aan de heks en zich uit de voeten maakte. Zo realistisch hoefde het voor hem nu ook weer niet.
Nadat hij zich tussen een groepje weerwolven door had gewrongen, stond hij midden in de kamer. Zoekend keek hij om zich heen. Waar waren ze? Kon het echt zo moeilijk zijn om twee mensen in witte lakens te spotten? Blijkbaar wel in deze bonte bende... Sommige kostuums waren trouwens erg realistisch. Daar was vast veel tijd in gekropen! Bewonderend keek hij naar de tanden van een mede-vampier. Je kon eigenlijk echt niet zien dat het valse waren. De man zag hem kijken. "Mooi hé," glunderde hij ijdel. "Ik heb ze speciaal voor dit feestje laten bijslijpen. En ik was er zo tevreden over, dat ik de tandarts die het gedaan heeft maar niet heb gebeten."
"O, eh, goed van je," antwoordde Pieter-Jan ietwat ongemakkelijk. "Heb je toevallig geen twee spoken gezien?" vroeg hij hem toen.
"Spoken? Die zijn toch onzichtbaar!"
Pieter-Jan zuchtte. "Ik bedoel twee mensen, verkleed als spoken."
"Grapjas! Nu had je me bijna te pakken!" lachte hij, en na Pieter-Jan nog een klap op zijn schouder te hebben gegeven, verdween hij in de massa. Daar moest hij dus duidelijk geen hulp van verwachten. Wat een rare kwibus.
"Wil je een vingerkootje?" bood een heks hem een plateau met hapjes aan.
De "wijn" nog vers in zijn gedachten , sloeg Pieter-Jan het aanbod maar beleefd af. Alle eetlust verging hem trouwens als hij naar het dienblad keek: de koks waren zelfs realistisch genoeg geweest om geronnen bloed na te maken met kleurstof! Hij rilde. Het zou wel allemaal bij Halloween horen, maar dit feestje ging daar behoorlijk ver in. Als hij Casper en Esther gevonden had, zou hij toch voorstellen om ergens anders heen te gaan, waar ze iets behoorlijks konden eten en drinken. Maar dan moest hij hen eerst vinden. Hij kon natuurlijk proberen om hen te bellen, maar in al dit lawaai zouden ze hun telefoon toch nooit horen. En bovendien had hij die blijkbaar in de auto laten liggen, merkte hij, toen hij automatisch zijn hand naar zijn broekzak onder zijn vampierencape had laten gaan.
Nog steeds speurde hij de ruimte af, toen er plots iemand op het podium achteraan in de zaal klom.
"Welkom, lieve vrienden," klonk het door de micro kunstmatig versterkte stemgeluid. "Vanavond vieren we feest, want vanavond is de enige avond van het jaar waarop we ons niet hoeven te verbergen en we ons gewoon onder de mensen kunnen mengen. Vanavond kijkt niemand raar op als er vampiers of heksen of weerwolven in het straatbeeld te zien zijn. Toch wel attent van hen om het ons deze ene avond per jaar zo gemakkelijk te maken!" Algemeen gegrinnik volgde. "Vergeet niet om jullie stem voor 'Monster van het Jaar' in te dienen. Over een uur maken we bekend wie er zich dit jaar volgens jullie het meest verdienstelijk heeft gemaakt op vlak van kinderen angst aanjagen, mensen om zeep helpen of algemeen gruwelijkheden begaan. Het belooft opnieuw een spannende verkiezing te worden!"
Wat zei die man toch allemaal? Pieter-Jan snapte er niets van. Toen dacht hij terug aan de wijn, die zo verdacht veel naar echt bloed smaakte, naar de levensechte vingerkootjes, naar de scherpe tanden van de vampier, van wie je niet kon zien dat ze vals waren,... Bedoelde hij... Dat kon toch niet?!
In elk geval zag het er niet naar uit dat Casper en Esther hier waren. Misschien moest hij toch maar even terug naar zijn auto en hen opbellen om te vragen of hij echt wel op het juiste adres was. Want het begon er meer en meer naar uit te zien dat hij op een feestje was beland waar hij eigenlijk niet thuishoorde.
Terwijl een menigte zich om de stembus verdrong, liep Pieter-Jan zo onopvallend mogelijk richting de uitgang. Hij wilde zo weinig mogelijk de aandacht trekken.
"He, jij daar!" Het was de heks met de kakelstem van aan de ingang, die hem het glas wijn had aangeboden. "Ik heb andere bloedgroepen gehaald, wil je een glas AB positief?"
"Eh, nee, bedankt, ik moet even..." Hij zocht naar een goed excuus.
"O, ik snap het al, als de nood hoog is, dan is ze hoog," kakelde de heks. "Ik zie je straks wel, ik zal er eentje voor je opzij houden!"
"Ja, ehm, bedankt!" Zwetend liep Pieter-Jan naar de uitgang. Hij rende bijna naar zijn auto en deed de deuren van binnenuit op slot. Even op adem komen. Zijn telefoon lag op de passagiersstoel. Een nieuw bericht knipperde hem toe. Hij klikte het open. Het was Casper, die hem nog even het correcte adres had doorgestuurd: Langestraat 526. Vanuit zijn auto kon Pieter-Jan nog net het huisnummer zien dat op het huis stond: 108. Hij was dus toch op het verkeerde feestje. Vlug startte hij zijn auto en reed hij achterwaarts van de oprit. Casper en Esther zouden hem nooit geloven als hij hen dit vertelde! Hij was op een halloweenfeestje geweest met echte heksen en vampiers! Nu hij het huis achter zich had gelaten, kon hij er best mee lachen. Die mensen hadden Halloween wel erg op de spits gedreven. Tenminste, dat nam hij aan. Want de andere optie... Dat kon toch niet?