De verhalenspin

Er leeft een spin in mijn hoofd. Zoals alle spinnen weeft mijn spin webben. Maar het zijn geen gewone webben: mijn spin weeft verhalenwebben. Draadje per draadje, zin per zin. Ideeën die door mijn hoofd waaien blijven kleven en vallen ten prooi aan de spin, die ze lustig in haar web verweeft. Sommige webben zijn heel klein, bestaan uit slechts enkele draadjes. Andere nemen meer plaats in, overwoekeren mijn gedachten. Opdat het niet al te stoffig zou worden in mijn hoofd, heb ik dus besloten om de spinnenwebben uit te schrijven in de vorm van verhalen. En aangezien mijn spin voldoende voedsel nodig heeft, zijn ideeën altijd welkom, wie weet blijven ze plakken en zie je ze terug in een van de verhalen die ik post.

dinsdag 6 juni 2017

Sauna

Het water klotste over de rug van de roze olifant. Elke verzette poot veroorzaakte een golfslag in het krappe zwembad. Het water stroomde verder en verder over de rand bij elke trede die de gigant afdaalde. Een roze slurf slurpte een deel ervan op en hield het even in, vooraleer de gigant zijn slurf boven zijn hoofd hield en het water er als een douche uitstortte. Heerlijk!
De olifant had geen plaats om zich om te draaien: daarvoor was het zwembad te smal. Aan weerszijden was er nog ongeveer een halve meter ruimte over tot aan de rand. Het grootste gedeelte van het zwembad werd echter ingenomen door het logge beest dat nu uitgebreid van een douche stond te genieten.
Twee giraffen deden de deur van het saunacomplex open. Toen ze zagen dat het zwembad nogal vol zat, liepen ze naar de tegenovergestelde muur, waar de douches waren. Ze moesten hun lange nekken behoorlijk buigen om eronder te passen. Het zag er niet echt elegant uit, maar uiteindelijk lukte het wel als ze een beetje door hun poten zakten en hun nek scheef hielden. Ze rilden door het koude water en bleven er dan ook niet echt lang onder staan. Na een minuurtje verdwenen ze alweer naar het stoombad.
In een andere ruimte wreef een eenhoorn zijn hoorn in met chocola. Een volledig chocoladebad zag hij niet zitten: zijn mooie, donkerpaarse vacht insmeren met die vuiligheid, geen sprake van! Maar chocola scheen goed te zijn voor de huid en zijn hoorn was zijn grote trots, dus die wilde hij wel even verwennen met een dikke laag chocola.
Drie konijntjes hadden geen last van dergelijke complexen. Zij waren volop aan het ravotten in het chocoladebad, hun vacht vol bruine plekken. Het grootste onder hen zwiepte met zijn oren, waardoor er twee klodders chocola door de lucht vlogen. De eerste belandde vlak bij het kleinste konijn, dat nauwelijks zijn kopje boven de bruine, stroperige vloeistof kon houden en nu proestend ten onder ging. De tweede klodder vloog met een majestueuze boog door de lucht om midden op de kop van de eenhoorn te belanden, vlak boven de hoorn, tussen de twee ogen die het grote konijn zo kwaad aanstaarden dat het dacht elk ogenblik vlijmscherpe dolken door de lucht op zich af te kunnen zien komen vliegen. De drie stopten met spelen en hielden geschrokken hun adem in om de reactie van de eenhoorn af te wachtten. Met een koninklijk gebaar veegde deze de traag naar beneden glijdende klodder bruin van zijn paarse vacht en na een laatste, minachtende blik op de drie konijntjes, liep hij naar buiten, naar de grote hal waar de roze olifant nog steeds lustig aan het baden was. Terwijl de konijntjes luidruchtig hun gespetter en gejoel hervatten, vleidde de eenhoorn zich neer op een van de banken langs de muren om de chocola de tijd te geven om in te werken op zijn hoorn. Op dit moment zag het er niet uit, maar straks zou hij zijn grote trots weer fier vooruit kunnen steken.
Intussen begon de roze olifant aanstalten te maken om uit het zwembad te komen. Aangezien er slechts één trap was in het vierkante zwembad, zou hij zich eigenlijk moeten omdraaien om eruit te kunnen klimmen waar hij erin afgedaald was. Daar was er echter helaas geen ruimte voor. De olifant had beter even nagedacht voor hij vol enthousiasme het zwembad in gespetterd was: hoe moest hij er nu in godsnaam weer uitgeraken? Maar er stonden al een heel aantal dieren te wachten die vonden dat het hun beurt was om te zwemmen, dus besloot hij het toch maar te proberen. Langzaam liep hij achteruit, goed oplettend om zijn grote, logge, roze poten telkens een trede hoger te zetten, zonder dat hij die treden ook daadwerkelijk kon zien. Een paar treden lang ging het goed, tot hij opeens toch naast de volgende stapte. Met een luide plons ging het beest onderuit. De wachtende dieren sprongen haastig naar achteren, beducht voor de vloedgolven die uit het zwembad stroomden als gevolg van de val van de olifant. Proestend als een fontein kwam eerst een uitgestoken slurf boven water, gevolgd door de rest van de grote, roze kop.
Geërgerd door alle commotie die zijn rust verstoorde, opende de eenhoorn zijn ogen nog net op tijd om een vloedgolf op zich af te zien komen. Hij probeerde nog om uit de bank te springen en opzij te rollen, maar het was al te laat: het water plenste vol in zijn gezicht. Chocola droop van zijn hoorn naar beneden. Spetters chocola vlogen in het rond en besmeurden zijn vacht. In zijn wiek geschoten liep de eenhoorn op het zwembad af en plantte hij de punt van zijn hoorn in de bil van de olifant, die door de plotse, scherpe pijn een geschrokken sprongetje maakte. Hierdoor ontstond er uiteraard weer een vloedgolf, waardoor alle dieren opnieuw achteruit weken. Met een zucht zag de eenhoorn in dat hij het anders zou moeten aanpakken. Kordaat liep hij naar de andere kant van het zwembad tot hij de olifant kon aankijken: “Grijp mijn hoorn vast, ik trek je er wel uit,” bood hij aan.
Dankbaar keek de olifant naar het paarse beest op. Hij stak zijn slurf uit en krulde die voorzichtig rond de aangeboden hoorn. “Maak je maar geen zorgen: hij zit stevig vast,” moedigde de eenhoorn hem aan. De olifant greep de hoorn nu iets steviger vast, waarna de eenhoorn langzaam enkele passen naar achteren deed. Hij moest wel buitengewoon sterk zijn om dat gewicht te kunnen dragen, bedachten de toekijkende dieren verwonderd. De olifant legde nu zijn zware voorpoten op de rand van het zwembad en bewaarde zijn evenwicht vooral door op zijn achterpoten te steunen. Het zag er best komisch uit: de paarse eenhoorn met chocoladevlekken op zijn vacht die de roze olifant aan zijn slurf uit het zwembad trok.

Ze schiet in de lach bij dit mentale beeld.
“Wat krijg jij nu ineens?” Ze kijkt op, recht in de lachende ogen van haar vriendje. “Zie je weer roze olifanten?” vraagt hij haar plagend. “Dat derde glas wijn was dan misschien toch niet zo’n goed idee.”
“Jawel hoor! Ik moet net vaker wijn drinken, als ik dat soort fantastische hallucinaties krijg,” antwoordt ze lachend. “Maar misschien inderdaad niet meteen. Ik heb mijn portie voor deze maand wel gehad.” Na een moment stilte voegt ze eraan toe: “Weet je wat, deze maand zal ik geen wijn meer drinken.”
“Je weet dat we vandaag de dertigste zijn he?” Hij begraaft haar onder een knuffel, zodat ze gelukkig niet hoeft te antwoorden.
Misschien kunnen ze morgen wel even samen naar de sauna gaan, bedenkt ze met een glimlach, terwijl ze zijn knuffel beantwoordt.