“Maar ik wil een schildpad zijn!”
Papa en mama schudden het hoofd. “Alweer die onzin? Waarom zou je dat willen? Schildpadden zijn log en traag! En ze kunnen niet eens vliegen en ook geen vuur spuwen!”
“Maar ze hebben een hard schild om zich te beschermen en ze kunnen verstoppertje spelen met zichzelf!” sprak het kleine draakje tegen. Zijn groene staart met paarse schubben
sloeg heen en weer over de gladde, witte tegels van de woonkamer. Terwijl hij sprak, ontsnapten er kleine vonkjes uit zijn mond. Dat kwam omdat hij opgewonden en een beetje kwaad was. Dan kon hij zich niet zo goed beheersen.
Een vonkje kwam terecht op het vloerkleed en begon te smeulen. Verstrooid trapte papa draak de vonk uit. Hij merkte zelfs niet dat hij het deed, zo geroutineerd was de beweging. Draken, zeker kleine, opgewonden draakjes, zetten
af en toe eens iets in de fik, zo ging dat nu eenmaal. Volwassen draken konden de open haard of de barbecue aansteken met hun adem. Kleine draakjes probeerden hen vaak
na te doen, maar dat lukte slechts zelden. Controle over het vuur kwam pas met de jaren. En zelfs dan lukte het niet goed als je kwaad of opgewonden was. Dan konden er nog weleens ongelukjes gebeuren. Daarom hadden draken
nooit houten meubels en stonden er doorheen het hele huis emmers water om te kunnen blussen wanneer dat nodig was.
“Ik. Wil. Een. Schildpad. Zijn!” riep Draco uit. Elk woord veroorzaakte een steekvlam.
Papa en mama draak zuchtten diep. “Je kunt geen schildpad zijn, Draco. Je bent als draak geboren, daar kun je niets aan veranderen.”
Gefrustreerd draaide het kleine draakje zich om. Zijn ouders begrepen er niets van! Stampvoetend liep hij de woonkamer uit. Een familiefoto viel van de muur, zo hard trilde het huis. Want
zelfs kleine draakjes zijn minstens vijf meter groot eten wegen algauw meer dan 700 kg. Stampvoetende kleine draakjes kunnen dus kleine, plaatselijke aardbevingen veroorzaken, wat ook nu weer het geval was.
Op zijn kamer vouwde Draco zijn vleugels mokkend om zich heen. Plots kreeg hij een idee. Maar dan moest hij wel zorgen dat zijn ouders het niet zouden merken. Voorzichtig sloop hij langs
de trap terug naar beneden, naar de keuken. Dat was nog een hele onderneming. Poot per poot zette hij voorzichtig neer. Sommige treden kraakten,
maar die sloeg hij over. Opgewonden als hij was door zijn plotse inval, moest hij goed opletten om geen vuur uit te ademen. Brand veroorzaken zou niet echt bijdragen tot de geheimhouding van zijn missie. Uiteindelijk slaagde
hij erin om ongemerkt de keuken te bereiken. Hij opende de kast met potten en pannen en nam er een groot deksel uit. Dit zou goed van pas komen bij zijn plannetje! Half huppelend liep hij de keuken terug uit. Bijna liet hij het grote deksel uit zijn voorpoten glippen, maar na wat jongleerwerk wist
hij het uiteindelijk met een zwaai van zijn staart op te vangen en zo te voorkomen dat het met een deksels lawaai op de grond zou kletteren. Met zijn buit stevig tussen zijn voorpoten geklemd, sloop hij terug naar boven. Nu
was hij zo opgewonden dat hij de vonkjes die af en toe uit zijn mond naar buiten schoten niet kon tegenhouden, maar hij slaagde er desondanks toch in om nergens brand te stichten.
Eenmaal terug op zijn kamer nam hij een paar stukken touw en maakte hij die met plakband stevig aan het deksel vast, zodat hij het op zijn rug zou kunnen dragen als een afneembaar schild.
Na heel wat gewurm en na de lengte van het touw verschillende keren te hebben aangepast, zat het eindelijk relatief comfortabel, al werden zijn vleugels wat geplet.
Opgewonden denderde hij de trap af, de woonkamer binnen. “Mama, papa, kijk! Ik ben een schildpad!” riep hij uit, waarbij hij in zijn opwinding per ongeluk een steekvlam uitbraakte
die de rok van mama draak in brand stak.
“Kijk nu wat je doet!” riep ze uit, terwijl ze het vuur uitsloeg met haar grote drakenpoten. “Je moet echt beter opletten, Draco!”
“Het spijt me,” zei hij beteuterd. “Maar kijk dan: ik ben een schildpad!”
Mama draak keek nog steedsd een beetje boos over de in brand gestoken rok, maar papa draak proestte het uit.
“Is dat een deksel uit de keuken?” vroeg hij, net niet dubbelplooiend van het lachen.
“Nee, dat is mijn schildpaddenschild!” riep Draco boos. Ze snapten er niets van. Ze lachten hem zelfs uit! Waarom mocht hij niet gewoon een schildpad zijn?
Kwaad stampte hij naar buiten. Het kon hem niet schelen dat hij onderweg drie brandjes stichtte en dat hij met zijn staart een vaas omver zwiepte. Buiten wilde hij zijn vleugels spreiden
om weg te vliegen, maar aangezien ze vast zaten onder zijn schild en hij wel al een aanloop had genomen, rolde hij nogal onelegant door het gras, waardoor hij alleen maar bozer werd. Een vleugel was intussen half losgekomen
van onder het schild, maar de andere zat nog vast op zijn rug. Na een paar harde rukken kwam ook die los. Helaas zat het deksel op zijn rug door al dat geruk aan zijn vleugels niet meer goed vast, waardoor het half naar beneden
hing. Hij schikte het weer goed op zijn rug, waarna hij nogmaals een aanloop nam en in de lucht sprong. Hij spreidde zijn grote, paars-groene vleugels en vloog omhoog. Hij vloog hoger en hoger en verder en verder. Langzaam
maakte zijn boosheid plaats voor euforie. Zijn vleugels daalden langzaam op en neer en Draco blies een vrolijke steekvlam de wijde wereld in. Vliegen was heerlijk!
Maar... Schildpadden konden eigenlijk helemaal niet vliegen, bedacht Draco plots. Hoe moest dat dan? Vuur spuwen zou hij niet missen, dat veroorzaakte enkel ongelukken, zoals daarnet, met
de rok van mama draak, of zoals toen hij in het zwembad per ongeluk een groot deel van het water had doen verdampen, waardoor ze plots eerder in een hammam dan in een zwembad leken te zitten. Maar vliegen... Vliegen wilde
hij eigenlijk niet missen. Intussen was hij bijna terug thuis. Bezorgd landde hij midden in de weide voor het huis, een steekvlam voor zich uit sproeiend, waardoor de koeien alle kanten opstoven. Die hadden duidelijk nog geen
zin om op de barbecue te belanden. Draco merkte dit echter nauwelijks op. Hij was diep in gedachten verzonken.
Papa draak stond hem voor de deur van het huis op te wachten. “Wat scheelt er, knul?” vroeg hij.
“Ik wil zo graag een schildpad zijn,” legde Draco uit, “maar ik wil wel ook kunnen vliegen.”
Papa draak glimlachte. “Maar jongen toch, daarnet vond je nog dat je een schildpad was, met dat schild op je rug!”
“He, dat is waar! Ik ben ook een schildpad, want ik heb een schild!”
“En je hebt net gevlogen,” vulde papa draak behulpzaam aan. “Dus...”
“Dus ik ben een vliegende schildpad!” antwoordde Draco blij. Hij trok het deksel op zijn rug nog even goed aan en spreidde zijn vleugels weer. “Whoehoeoeoe!” joelde
hij, waardoor er opnieuw een paar koeien op de vlucht sloegen, beducht voor de - in hun ogen - levende vlammenwerper.
“Hier komt de vliegende schildpad!” Met een uitgelaten looping, waarbij hij bijna zijn geïmproviseerde schild kwijtraakte, verdween het kleine draakje in de richting van
het bos. Papa draak keek hem hoofdschuddend na. “Die jongen heeft rare ideeën... Maar ach, als hij maar gelukkig is,” mompelde hij hoofdschuddend, voor hij terug naar binnen liep, een glimlach op zijn gezicht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten