Op een dag riepen Hera, de godin van het huwelijk en het gezin, en Demeter, de godin van de landbouw en het graan, hun goddelijke modeontwerper Bikkembergos bij zich. Na een paar duizend
jaar wilden ze wel eens een nieuwe garderobe. Hera, de echtgenote van Zeus, had ook nog een speciaal verzoek: ze wou een geheel nieuw feestgewaad om te dragen op haar 5000ste huwelijksverjaardag.
“Hm,” was de reactie van Bikkembergos, “ en welke stijl hadden de dames in gedachten? Iets traditioneels of toch maar modern? Punk kan natuurlijk ook altijd. Ook gothic
is een optie, of hadden jullie liever iets kleurrijks, in plaats van al dat zwart? Je zegt het maar!”
“Maakt mij niet uit,” sprak Demeter, “als het maar natuurlijk oogt.”
“Wee je gebeente
als je mijn lijn beledigt!” voegde Hera er nog gauw aan toe.
Daar kon de modeontwerper het mee doen.
Hij zuchtte en dacht lang na, want hij wist als geen ander dat hij vooral Hera beter niet voor het hoofd kon stoten. Ze kon streng straffen. Heel streng. Soms onredelijk streng, maar dat zei je beter niet hardop. Eigenlijk was het al gevaarlijk om dat alleen maar te denken.
Uiteindelijk dacht hij er iets op gevonden te hebben. Demeter wou iets natuurlijks, wel, hij zou zijn inspiratie uit de natuur halen. En daarmee kon hij ook Hera paaien, want zij was
de kleindochter van Gaia, Moeder Natuur. Perfect, hij had het gevonden. Nu kon hij aan de slag.
Eerst liet hij de bladeren aan de bomen verkleuren, in verschillende kleuren, zodat de godinnen konden kiezen. Natuurlijk was hij niet zo dom om ook de naalden van naaldbomen te laten
verkleuren. De godinnen zouden erg vertoornd zijn, omdat hij hen met naalden had willen kleden.
Nadat hij de bladeren verkleurd had, mochten de godinnen de kleuren voor hun gewaad kiezen. Demeter koos de gele bladeren, Hera besloot, na lang te hebben getwijfeld, een kleed te dragen
dat rood was, met hier en daar een bruin of geel blad.
Toen kon Bikkembergos pas echt beginnen. Hij liet de bladeren van de bomen dwarrelen en ving de mooiste exemplaren op om te verwerken in de kledij van de godinnen. De rest viel op de
grond en bleef daar liggen tot de wind hen wegblies.
Toen hij de gewaden afgewerkt had, liet hij beide godinnen komen om te passen. Tot zijn grote opluchting paste alles perfect en waren beide godinnen zeer tevreden. Hera was erg blij
omdat de andere godinnen op haar feest de ogen uit hun hoofd zouden kijken en zouden stikken van jaloezie. Daarom gaf ze hem de opdracht voortaan ieder jaar een nieuw kleed voor haar te maken met de bladeren, maar wel telkens
met een ander patroon.
Dit maakte Bikkembergos wel lichtjes ongerust, want hij had heel veel bladeren nodig gehad, zoveel dat er bijna geen meer aan de bomen hingen. Hoe kon hij dan ieder jaar een gewaad
maken?
Aarzelend legde hij zijn probleem voor aan de godinnen. Demeter begreep het en verschafte hem een oplossing: “Ik zou het maar moeilijk kunnen aanzien als de bomen het hele jaar
door geen bladeren zouden hebben en bovendien ben ook ik erg tevreden over je werk. Nu ben ik echter niet in de stemming, want mijn dochter Persephone is zopas ontvoerd. Ze komt pas over enkele maanden terug. Zolang verblijft ze in de onderwereld, bij Hades.”
Nu kwamen er tranen in haar ogen. “Ach, ik mis haar zo! Maar,” en nu klonk haar stem al vaster en strijdlustiger, “als ze terugkomt, dan zal ik opnieuw bladeren aan de bomen hangen. Iedereen zal weten dat
mijn lieve Persephone terug is en iedereen zal meevieren, tot de bomen toe. Als de huwelijksverjaardag van Hera en Zeus er dan weer aankomt, kan je opnieuw de bladeren aan de bomen gebruiken.”
Nu sprak ook Hera: “Dit is heel nobel van je, Demeter, en ik steun je in je verdriet. Bikkembergos, ik ben heel tevreden over je en daarom mag je me om een gunst vragen.”
Bikkembergos hield geschrokken zijn adem in. Een gunst! Hij mocht Hera om een gunst vragen! Dit was een eer die maar weinigen te beurt viel.
“Wel, euh,” stamelde hij, “ik zou graag hebben dat u de kledij
naar mij vernoemt.” En zo gebeurde…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten