De verhalenspin

Er leeft een spin in mijn hoofd. Zoals alle spinnen weeft mijn spin webben. Maar het zijn geen gewone webben: mijn spin weeft verhalenwebben. Draadje per draadje, zin per zin. Ideeën die door mijn hoofd waaien blijven kleven en vallen ten prooi aan de spin, die ze lustig in haar web verweeft. Sommige webben zijn heel klein, bestaan uit slechts enkele draadjes. Andere nemen meer plaats in, overwoekeren mijn gedachten. Opdat het niet al te stoffig zou worden in mijn hoofd, heb ik dus besloten om de spinnenwebben uit te schrijven in de vorm van verhalen. En aangezien mijn spin voldoende voedsel nodig heeft, zijn ideeën altijd welkom, wie weet blijven ze plakken en zie je ze terug in een van de verhalen die ik post.

vrijdag 17 maart 2017

Planeet Epsilon

Op een dag was ik weer in de rivier aan het zwemmen en met anderen aan het ravotten, toen ik plots een silhouet zag. Normaalgezien is daar niets raars aan, maar dit was de silhouet van een volwassene! Ik hield stil en gaf Thaisa zo de kans om me kopje onder te duwen. Toen ik proestend weer bovenkwam, keek ik in haar lachende gezicht.
Ietwat nijdig zei ik: “Ik dacht dat hier geen volwassenen waren?”
”Dat is ook zo,”antwoordde ze.
“En zij dan?”Verbaasd keek Thaisa om.
“Dat is toch een volwassene?”
“Hoe is die hier gekomen?”
“Tja, net als wij allemaal zeker?”
“Maar…”
“In elk geval kan ze hier niet blijven,” zei ik beslist. “Ik zal de anderen waarschuwen dat er een volwassene aangekomen is. We zullen ons moeten voorbereiden.”

“Wacht!” riep ze nog, maar ik was al weg naar de anderen en had geen zin om haar argumenten over liefdadigheid weer te moeten aanhoren. Het waren altijd de volwassenen die het verprutsten. Precies daarom was ik de aarde ontvlucht. Het is ook altijd hetzelfde: je mag dit niet, je zou je kunnen vuil maken, pas op, anders val je nog… Ik heb er genoeg van! Altijd dat gezeur… Hier had je er tenminste geen last van. Maar je zou zien: nu er hier een volwassene was aangekomen, zou het gedaan zijn met de pret. Alles zou weer georganiseerd moeten verlopen en binnen de kortste keren zou het hier even erg zijn als op aarde. Maar daar zou ik een stokje voor steken!
Toen ik bijna bij de anderen was, begon ik met mijn armen te zwaaien en te roepen. Ze keken nogal verbaasd op. Ik zette een sprintje in en deed toen hijgend het verhaal. Sommigen reageerden net als Thaisa: “Een volwassene? Hier? Maar hoe?”
Anderen, die hier net als ik nog niet zo heel lang waren, reageerden gefrustreerd.
“Dat meen je toch niet?”riep een meisje dat Elke heette uit. “Niet hier! Kon die nu niet gewoon op aarde blijven, waar ze hoort?”
“Tja, blijkbaar niet.”
Toen kreeg ik een idee. Er verscheen een ondeugende blik in mijn ogen.
“Wat als we haar nu eens duidelijk maken dat we haar hier niet willen?”
“Ja! Ja! Dat is een goed idee! Dat doen we! Ze moet terug naar waar ze vandaan komt!”
Anderen, waaronder Peter, een goede vriend van Thaisa, reageerden wat minder enthousiast.
“Als die hier kon geraken…” begon hij.
Maar hij werd ruw in rede gevallen.
“No way! Vergeet het! Geen volwassenen op Epsilon!”
Peter haalde zijn schouders op en samen met een groepje vrienden liep hij weg. In de richting waar ik vandaan kwam, waar ik die vrouw had gezien en Thaisa had achtergelaten. Thaisa! Waar was ze? Ik keek over mijn schouder, en zag haar met de vrouw praten. “Vuile verraadster,” dacht ik. Als het zo zat, kon ik het ook wel af zonder haar. Ik was haar tenslotte niets meer verschuldigd. Zij had mijn been genezen en ik had haar van de verdrinking gered. Huiverend dacht ik eraan terug.

Ik zwom in de rivier tussen de vissen door. Thaisa zat op de rug van een dolfijn te roepen en te zwaaien. Ik zwaaide vrolijk terug en dook onder water. Toen ik weer boven kwam, was ze nergens meer te zien. Ik keek om me heen. Waar was ze? Er ontstond een opstootje. Er had zich een groepje gevormd aan de steen vlak voor de waterval. Verder dan die steen ging je beter niet, want dan stond je een val van meer dan zestig meter te wachten. Vlug zwom ik erheen. Wat was er gebeurd? Toch niets met Thaisa? Ongerust versnelde ik mijn slagen. Toen ik aankwam, zag ik dat iedereen in paniek naar beneden tuurde.
“Wat is er gebeurt?”vroeg ik aan een jongen die vlakbij stond.
“Thaisa… Ze zat op de rug van een dolfijn. Die zette haar hier op de steen af en zwom even weg, ik weet niet waarom, misschien om de andere dolfijnen te halen? En toen…”
“Ja? Wat is er gebeurd?” Mijn stem klonk gejaagd.
“Ik zag haar op de rand van de steen staan. Ze keek naar beneden, naar de diepte van de waterval. Ik riep dat ze niet zo dicht bij de waterval mocht komen, dat ze erin zou vallen. Juist op dat moment gleed ze uit, waarschijnlijk was de steen glad geworden door het water. Ze is in de waterval gevallen.”
Ik kon zien dat het huilen hem nader stond dan het lachen.
“Rustig maar, het is niet jouw fout. Het komt allemaal wel goed.”
Maar ze was nog steeds niet boven water gekomen. Ik aarzelde. Zou ik durven? Het was wel heel hoog om haar achterna te springen… Maar zij had mijn been ook genezen. Dat gaf de doorslag en maakte dat ik zonder verder aarzelen me naar voor drong en naar beneden sprong. Achter me hoorde ik naar adem snakken. Toen viel ik. En ik bleef vallen. Tot ik met een grote plons in het water terechtkwam. Spartelend probeerde ik naar het oppervlak te zwemmen, maar ik was totaal gedesoriënteerd. Ik wist niet meer wat boven en onder was en ik sloeg in paniek. Thaisa, je vroeg me of ik van iemand houd en ik gaf een heel stom antwoord. “Maar ik houd van je, Thaisa, ik houd van je!” Ik riep het uit en kreeg daardoor een grote slok water binnen. Op dat moment zag ik licht naast me. De oppervlakte! Ik zwom erheen. Boven water gekomen hapte ik naar adem. Waar was Thaisa? Ik keek om me heen. Toen zag ik haar eindelijk. Ze lag half op de oever, de helft van haar romp en haar hoofd lagen nog in het water. Ik zwom erheen en met mijn laatste krachten sleepte ik haar helemaal op het droge. Ik legde haar op haar zij en keek toen in paniek naar boven.
“Wat moet ik doen?” schreeuwde ik schor, “ik ken geen EHBO!”
Gelukkig begon ze op dat moment te hoesten.
“Ja, ja, goed, hoest maar. Ik ben bij je.”
Ze deed haar ogen open en keek me aan.
“Je hebt me gered,” zei ze zachtjes. Lachend en huilend tegelijk door de doorstane spanning keek ik haar aan.
“Ja, dat is zo,” zei ik.
We staan dus quitte. En ze moest niet denken dat zij altijd gelijk heeft. Wacht maar eens af!

“Wacht!” riep ik nog, maar hij deed alsof hij het niet hoorde. Geërgerd schudde ik mijn hoofd. Hij was echt veel te vroeg naar Epsilon gekomen. “Nu ja, hij doet maar, ik kan hem toch niet tegenhouden. Ik hoop alleen dat hij niet iets echt stoms doet.”
Toen liep ik op de volwassene af.
“Welkom op Epsilon!” riep ik, toen ik slechts tien meter meer van haar verwijderd was.
“Dank je,”zei de vrouw. Ze had een aangename, warme stem. “Dus dit is Epsilon.” Waarderend keek ze om haar heen. “Wat is het hier prachtig! Ik denk niet dat ik het moeilijk zal vinden om me hier thuis te leren voelen.”
“Als mijn vermoedens uitkomen, zal je het nog lastiger krijgen dan je denkt,” dacht ik, maar ik sprak het niet uit.
“Ik hoop het. Mijn naam is Thaisa, die heb ik zelf gekozen toen ik hier aankwam. Net als jij mag doen, maar er steekt geen haast achter. Kom mee, dan stel ik je voor aan de anderen.”
“Zelf gekozen? Ik denk dat ik het al weet dan. Wat dacht je van Maïté?”
“Klinkt goed. Weet je het zeker?”
“Ja, heel zeker.”
“Welkom op Epsilon, Maïté.” En ik nam haar mee naar de rivier. Halverwege zag ik Peter met enkele vrienden.
“Wat is er?” vroeg ik hem.
“Thijs. Hij wil haar hier niet. Ze krijgt van hem niet eens een kans. Hij is al aan het rekruteren en plannetjes aan het smeden om haar hier weg te krijgen. Oh ja, sorry, wat onbeleefd van me. Ik ben Peter. Welkom op Epsilon.”
“Hallo. Ik ben Maïté.” Hij kijkt me vragend aan.
“Tja, Maïté is er vroeg bij om haar naam te kiezen,” zeg ik hem.
“Oh. Bij de meeste duurt dat wel even. Ze willen hier eerst even wennen.”
“Ik heb altijd al Maïté willen heten, de keuze was niet moeilijk.”
“Natuurlijk, geen probleem. Welkom, Maïté.”
“Dank je. Wie is Thijs? En waarom mag ik hier niet zijn?”
Ik zucht geërgerd. Dank je wel, Thijs, denk ik, je geeft haar niet eens een kans. En ze lijkt me zo’n sympathiek iemand te zijn.
“Thijs is hier nog niet zo lang,” antwoord ik. “Hij moet nog veel leren. Je bent welkom.” Samen gingen we naar de anderen. Toen ze ons zagen afkomen, liep Thijs weg met enkele anderen. Bende stijfkoppen!
De anderen begroetten Maïté zoals het hoort. Allemaal riepen ze haar een hartelijk welkom toe. Ik kon zien dat ze blij was. Ze had er nogal ongerust uitgezien sedert Peter had verteld over Thijs. Waarschijnlijk was ze bang dat ze hier niet aanvaard zou worden. Als het aan Thijs lag, was dat waarschijnlijk ook zo, maar hij zou er zich bij neer moeten leggen. Net als de anderen. Maïté was naar Epsilon gekomen en iedereen die hier was aangeland, hadden we gastvrij ontvangen. Dit zou nu niet anders zijn omdat het om een volwassene ging. Wie weet was Maïté niet zoals de anderen die de boel hadden verziekt op aarde. Hoe zou ze hier anders zijn geraakt?
Na de eerste kennismaking namen we haar mee naar de rivier. Ze was verrukt over de pracht van de natuur en de vele verschillende kleuren van de vissen. We keken het lachend aan en genoten zelf ook met volle teugen. Thijs was nergens te zien.
“Jammer voor hem, eigen schuld, nu mist hij alle pret.” Zonder het te beseffen had ik hardop gesproken. Peter keek me vragend aan.
“Nee, niets, ik was gewoon luidop aan het denken,” zei ik. Hij haalde even zijn schouders op en verdween toen weer onder water.

Een paar dagen verstreken. Thijs en zijn vrienden hadden geen teken van leven meer gegeven. Ik begon lichtelijk ongerust te worden. Er was toch niets gebeurd? Ik nam me voor hem de volgende ochtend te gaan zoeken, als we nog steeds niets van hem gehoord zouden hebben.
Maar het bleek niet nodig te zijn. De volgende ochtend liep ik samen met Maïté naar de rivier om water te halen. In het zand stond volgend bericht:
                                                                       
Ga terug naar waar je vandaan komt!
We willen je hier niet!!

Het was duidelijk voor wie het bericht bedoeld was. En het was even duidelijk wie het had neergeschreven. Thijs zat hier achter. Ik was woedend! Hij had Maïté niet eens een kans gegeven! Ze was niet als andere volwassenen. Ze hoorde hier. Ze had het kind in zichzelf gevonden en leefde ernaar. Zo was ze op Epsilon aangekomen

Haar probleem op aarde was dat ze totaal geen verantwoordelijkheidsgevoel had. Ze kon gewoon nooit volwassen handelen. Als ze zin had om te gaan zwemmen, ging ze gewoon. Of het nu dag was, of midden in de nacht, maakte haar niets uit. Ze ging gewoon. Of als ze ergens was, op een feest bijvoorbeeld en ze amuseerde zich niet, vertrok ze gewoon. Ze trok zich niets aan van wat anderen dachten en vond dit juist haar sterkste punt. Het spreekt natuurlijk voor zich dat ze niet zo kon blijven doorgaan. De mensen uit haar omgeving stoorden zich er enorm aan en op een dag barstte de bom.
Ze had haar vriendin beloofd om mee te gaan naar een receptie van het werk. Maar ze was het vergeten (eigenlijk had ze er ook niet zoveel zin in gehad) en was weer eens gaan zwemmen. Ze hield van het water. Natuurlijk was haar vriendin heel boos. Ze had compleet voor gek gestaan op die receptie. Vastbesloten om Maïté eens goed duidelijk te maken waar het op stond, ging ze naar haar huis. Ze belde aan en toen Maïté opendeed, stampte ze zonder boe of ba naar binnen. Toen Maïté van haar eerste verbazing bekomen was, deed ze de deur dicht en volgde haar vriendin. Die stond in de woonkamer te schuimbekken van woede.
“Wat scheelt er?”
“Wat er scheelt? Dat zal ik je eens vertellen!” Ze struikelde over haar woorden door rancune. “Dat jij mij altijd laat zitten en altijd je zin maar doet en… Ik ben het kots-, kots-, kotsbeu! In het vervolg trek je je plan maar!” Dit gezegd zijnde stampte ze weer naar buiten en sloeg de deur achter zich dicht. Totaal verbijsterd stond Maïté in de woonkamer. Dit had ze nog nooit meegemaakt. Jammer genoeg voor haar was het wel de eerste keer, maar zeker niet de laatste.
Regelmatig vergat ze een afspraak na te komen, of had ze er gewoon geen zin in, ging ze liever wandelen of fietsen. Ze verloor al haar vrienden. Ze begreep het niet: waarom kon ze niet gewoon doen waar ze zin in had? Toen hoorde ze over Epsilon, de planeet waar je kon doen wat je wilde, waar er enkel liefde heerste en geen haat of racisme bestond, de plaats waar er geen verplichtingen waren en je volledig vrij was.

Maar van dit alles wist Thijs niets. Hij had het niet willen weten. Hij had meteen geoordeeld over haar, zonder haar te kennen of zelfs maar even met haar te praten. En nu deed hij dit… Ze vreesde dat het hier niet bij zou blijven. Ze moest met hem praten.
“Weet je wel wat je doet? Waar was dat voor nodig?”
“Het was nodig om haar hier weg te krijgen! Een volwassene! Die hoort hier niet!” Hij schreeuwde. Ik begon ook te roepen: “Nee, Thijs, jij bent het die hier niet hoort!” Verbaasd zweeg hij.
“Wat?”sputterde hij. “Ik hoor hier niet?”
“Nee,” antwoordde ik iets kalmer, “je moet begrijpen dat volwassen zijn niets met leeftijd te maken heeft. Het is een manier van denken. Wat denk je dat je aan het doen bent? Doet dat je niet heel erg aan iets denken?”
“Ik…”
“Aan de aarde misschien?”
Toen zweeg hij. “Ja, eigenlijk wel,” fluisterde hij ongelukkig.
Hij had het eindelijk begrepen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten